Waar geef ik wijzigingen door in mijn contactgegevens?

Het is belangrijk dat onze administratie altijd op de hoogte is van uw juiste adres- en telefoongegevens en uw e-mailadres.

Indien er iets verandert, is het erg belangrijk dat wij dat direct weten. Wij verzoeken u vriendelijk om veranderingen te melden bij de administratie van de school door een mail te sturen naar administratie@obsbenoordenhout.nl met een kopie aan de desbetreffende leerkracht.

Waarom zijn er studiedagen?

Scholen mogen per jaar zeven schooldagen indelen als studiedagen voor de leraren.

Tijdens deze studiedagen komen belangrijke onderwerpen aan bod die de leraren staat te stellen continue beter in te spelen op de leerlingen als groep, als individu en de onderwijsmethoden.

Zo zijn begin 2015 b.v. de onderwerpen DIM en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen aan bod gekomen.

DIM
DIM staat voor Directe Instructie Model. DIM gebruiken we bij alle lessen waarbij instructie noodzakelijk is en waarbij het om kunnen gaan met verschillen in de ontwikkeling van het kind relevant is. Met andere woorden; de leerkracht moet in de les rekening houden met de snelle leerling en het kind dat wat meer moeite heeft met de stof. Daarbij gaat het specifiek om de instructie en de verwerking van de lesstof. In het DIM model staan een aantal aspecten centraal. Twee hiervan zijn:

  1. Het doel van de les.
    Met andere woorden; wat moet je aan het eind van de les weten of kunnen? Wat heb je precies geleerd? Daarbij is het belangrijk dat het doel zo concreet mogelijk wordt geformuleerd. Doelstellingen zijn belangrijk omdat ze richting geven aan lessen, ze inkaderen en meetbaar maken.Wat maakt een doelstelling nuttig en effectief? Daarvoor kun je een aantal criteria definiëren. Daarbij moet je denken aan Haalbaarheid. Je moet natuurlijk wel reëel blijven. Complexe zaken kun je niet in één les leren. Daar heb je meer lessen voor nodig. Dan moet je de doelstelling splitsen in deeldoelstellingen. Een effectieve doelstelling is Activiteitsturend. De activiteit die je in die les kiest moet voortkomen vanuit de doelstelling. Een goed geformuleerde doelstelling beschrijft de Meest belangrijke stap in de weg naar verdere ontwikkeling. Tenslotte moet een doelstelling goed Meetbaar zijn. De leerkracht moet zich daarom bij iedere les met betrekking tot de doelstelling de HAMM-vraag stellen.
  2. De evaluatie van de les.
    De leerkracht zal aan het eind van haar/zijn les altijd moeten weten of de les geslaagd is. Is het doel gehaald? Dat zal gecontroleerd moeten worden. Dat kan op verschillende manieren, maar meest belangrijke is dat het ook echt gebeurt. Uiteindelijk is het resultaat van de les weer het uitgangspunt voor de volgende les.

Bij OBS Benoordenhout observeren de leraren lessen bij elkaar. Op dit moment zijn twee leerkrachten extra geschoold in het bovengenoemde model. Daarnaast zijn ze geschoold in het observeren en het nabespreken van lessen bij collega leerkrachten (coach de coach). Door het observeren en nabespreken van de lessen halen we meer effect uit de nascholingsactiviteiten en maken we van alle leerkrachten nog betere leerkrachten.

Conflict
Op school kijken we continue hoe de docenten het beste om kunnen gaan met kinderen die een conflict hebben. Hiervoor hebben wij een strategie aangenomen die er niet op gericht is om diepgaand uit te zoeken wie de schuldige is, maar gericht is op het gevoel van de kinderen. Wat doet het met je en hoe kunnen we het oplossen? Wat heb je daarvoor nodig?  OBS Benoordenhout heeft de criteria geformuleerd waar een nieuwe methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling aan moet voldoen. De bedoeling is dat we in schooljaar 2014/2015 een keuze maken ten aanzien van deze methode en dat deze in schooljaar 2015/2016 geimplementeerd wordt. Meest belangrijke criteria zijn: preventief, cyclisch en breed gericht op maatschappelijke onderwerpen. Een methode die naast de omgang in het dagelijks verkeer ook allerlei maatschappelijk beladen onderwerpen bespreekbaar maakt.

 

De studiedagen zijn dus bedoeld om de leraren staat te stellen continue beter in te spelen op de leerlingen als groep, als individu en de onderwijsmethoden. Hier hebben de leerlingen uiteraard groot profijt van.

Hoofdluis geconstateerd op school, wat moet ik doen?

Luizen: vrijwel iedere school heeft er mee te maken. Hoofdluis op een school kan snel leiden tot een epidemie en dus is goede preventie en snelle behandeling van hoofdluis geboden. Om hoofdluis uit te bannen is het essentieel dat wij als school en ouders samenwerken.

Heeft u hoofdluis geconstateerd bij uw kind?

  1. Meld het altijd bij de directie (directie@obsbenoordenhout.nl)
    Wij kunnen er zo direct ouders/verzorgers op attenderen hun kinderen te controleren/behandelen om verdere verspreiding te voorkomen.
  2. Behandel uw kind direct
    Het is vervelend, maar de gouden regel is: onderneem meteen actie. Hoe?

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu adviseert het volgende:

Het RIVM adviseert de behandeling van hoofdluis vooral te richten op de haren (kammen, al dan niet in combinatie met een antihoofdluismiddel) en niet op de omgeving. Hoofdluis is voornamelijk overdraagbaar via haar-haar-contact.  Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor overdacht van hoofdluis via voorwerpen zoals beddengoed, jassen, petten etc. Het effect van een luizencape op de verspreiding van hoofdluis is niet wetenschappelijk aangetoond. Dit is de reden waarom wij luizencapes niet aanraden.

Waarom twee weken kammen? Vanaf de eerste kambeurt is het besmettingsgevaar grotendeels geweken. De reden dat men toch twee weken moet doorgaan is dat de neten niet allemaal tegelijk uitkomen maar geleidelijk. Als je de eerste dag alle luizen hebt verwijderd, kunnen dus tot twee weken daarna nog nieuwe luizen uit de neetjes komen die je niet hebt verwijderd.

Geen andere maatregelen? Uit een literatuurstudie is gebleken dat er onvoldoende bewijs is voor overdacht van hoofdluis via voorwerpen zoals beddengoed, jassen, petten etc. Het RIVM-beleid is (indien mogelijk) altijd gebaseerd op wetenschappelijk bewijs. Daarom richten we ons bij hoofdluis vooral op de behandeling (kammen, al dan niet in combinatie met een antihoofdluismiddel) van de haren en niet op de omgeving. Hoofdluis is voornamelijk overdraagbaar via haar-haar-contact en niet via indirect contact. Het effect van een luizencape op de verspreiding van hoofdluis is niet wetenschappelijk aangetoond. Dit is de reden waarom wij luizencapes niet aanraden.

Middelen om hoofdluis te voorkomen Er zijn middelen op de markt die een beschermende werking hebben. Er is nog onvoldoende onderzoek bij proefpersonen dat bewijst dat de middelen effectief zijn. Het is ook nog niet bekend óf en hoe snel resistentie optreedt. Het RIVM is, wegens de mogelijke toename van resistentie en wegens mogelijke bijwerkingen op langere termijn, geen voorstander van het gebruik van middelen om hoofdluis te voorkomen.

OVERIGE INFORMATIE

Wat is hoofdluis?
De hoofdluis behoort tot de groep van insecten die als parasiet op zoogdieren leeft. Luizen leven uitsluitend van het bloed van de gastheer. De luis prikt een minuscuul gaatje in de hoofdhuid en zuigt daaruit bloed op. De hoofdluis komt alleen bij de mens voor en leeft uitsluitend in de haren op de hoofdhuid waaronder soms ook baard, snor en wenkbrauwen. Een volwassen luis leeft ongeveer 30-50 dagen en legt zo’n 6-8 eieren per dag: dit zijn de neten.  Luizen leggen hun eieren aan de basis van de haren, bij voorkeur op de donkere, warme plaatsen op het hoofd, zoals onder de pony, achter de oren en in de nek. De eieren (neten) komen na 7-9 dagen uit. De nieuwe luizen beginnen dan na 7-9 dagen ook met het leggen van eieren. Het is dus niet verwonderlijk dat het aantal luizen op het hoofd in korte tijd sterk kan toenemen. De neten zijn meestal vuilwit tot geelbruin van kleur, een enkele keer ook zwart. Neten zijn moeilijk los te krijgen. Het verschil met roos is overduidelijk: roos zit altijd los.

Hoe kun je hoofdluis krijgen?
Er bestaan GEEN middelen die hoofdluis kunnen voorkómen. Iedereen, jong of oud, kan hoofdluis krijgen. Hoofdluis zoekt bij voorkeur een schoon hoofd, omdat ze een hekel hebben aan vieze haren. Kinderen tot ongeveer 12 jaar hebben de meeste kans hoofdluis op te lopen. Ook volwassenen kunnen hoofdluis krijgen als er een kind in het gezin is met hoofdluis, omdat luizen makkelijk overlopen van hoofd naar hoofd. Luizen kunnen niet springen en niet vliegen. Ze kunnen alleen lopen: van het ene hoofd op het andere hoofd. Kinderen zijn het meest bevattelijk voor hoofdluis. Dit komt doordat zij bij het spelen of stoeien vaak letterlijk de koppen bij elkaar steken. Ook kunnen hoofdluizen zich verspreiden doordat ze op kragen van jassen of in shawls of mutsen zitten. Luizen houden alleen van mensenbloed. Ze komen dus niet voor bij katten, honden of andere huisdieren. Gewone lichaamshygiëne is niet van invloed op het krijgen van luizen. Luizen leven van mensenbloed en dat vinden ze ook op een brandschoon en kortgeknipt hoofd. Je kunt hoofdluis niet voorkomen door elke dag je haar te wassen.

Hoe weet je of je luizen en/of neten hebt?
Als je pas besmet bent met hoofdluis heb je vaak nog niet zo veel last van jeuk. Jeuk is wel altijd een reden om te kijken of er hoofdluizen en neten op het hoofd te zien zijn. Iedereen kan luizen en neten herkennen. Neten zitten vaak tussen de nekharen, onder de voorhoofdsharen of achter de oren. Met enige routine zijn ze goed te ontdekken door iemand die op deze plaatsen de haren nakijkt. Indien de neten verder dan 2 centimeter van de hoofdhuid verwijderd zijn, kan er sprake zijn van een oude besmetting. Dus hoe verder de neten van de hoofdhuid verwijderd zijn hoe langer geleden de besmetting heeft plaatsgevonden.

 

Hoe help ik mijn kind zijn/haar leesniveau op peil te houden tijdens de vakantie?

Tip 1: Stop vooral zelf niet met lezen!
Laat je kind zien dat lezen leuk is en juist iets is wat je voor je plezier doet. Pak dus lekker zelf je favoriete boeken in (of gooi je ereader vol) en ga bij de tent zitten lezen.

Tip 2: Op vakantie? Neem leuke spellen mee.
Spelletjes zijn altijd een leuk tijdverdrijf. Vooral talige spelletjes zoals scrabble (junior), Maan roos vis spelletjes voor beginnende lezers zijn ideaal om het lezen op niveau te houden tijdens de vakantie.

Tip 3: Kinderboeken mee!
De meest voor de hand liggende tip is natuurlijk: neem leuke kinderboeken mee in de vakantiekoffer! Ga vooraf ook samen naar de bibliotheek en laat je kind zelf een stapel boeken uitkiezen voor de vakantie. Boeken die nog te moeilijk zijn, kun je voorlezen of samen lezen.

Tip 4: Naar het museum
Op je vakantiebestemming zijn vast een paar boeiende musea te vinden waar je zelfs nog nooit aan gedacht had.

Tip 5: Lezen is overal
Denk aan de menukaart in het restaurant, borden onderweg, foldertjes van de dierentuin die je wil gaan bezoeken, een boekje over het land waar je naar toe gaat of een informatief boekje over een favoriet onderwerp van je kind. Ook strips, lees- en doeboeken en kindertijdschriften zijn leuk èn zinvol om te lezen. Laat uw kind een boek op de achterbank voorlezen. Voor haar/hem leuk maar vaak ook voor u, als ouder, leuk tijdens de rit.

Met slechts een kwartiertje per dag helpt u uw kind om zijn of haar leesniveau te behouden tijdens de zomervakantie.

Tip 6: Vertier op de achterbank
Voor lange autoritten zijn niet alleen vakantieboeken superleuk en leerzaam, maar ook de iPad is tegenwoordig populair op de achterbank. Een paar goede apps erop en rijden maar!

Tip 7: Vakantiepost of een vakantieboek
Vakantiepost: schrijf over je vakantie, wat je hebt beleefd of wat het mooiste plekje was, neem het na de vakantie mee naar school, de nieuwe leerkracht kan het dan voorlezen. Maak zelf een vakantieboek: zoek leuke verhalen en plak deze in een plakboek, plak er foto’s en/of tekeningen bij, maak woordspinnen erbij, een strip, verzin zelf iets om het boek zo leuk mogelijk te maken.

Wat heeft mijn kind nodig op school?

Hieronder vindt u een opsomming van de zaken die de kinderen altijd op school moeten hebben:

  • Algemeen vanaf groep 3: een 23-rings multoband;
  • Speciaal voor groep 4: Vanaf december schrijven de kinderen met een vulpen. De eerste vulpen krijgen de kinderen van school. Als hij kapot gaat of verloren wordt, moet het kind een nieuwe vulpen op school kopen;
  • Speciaal voor groep 6, 7 en 8: een schoolagenda;
  • Voor gymnastiek: gymschoentjes met witte zool, korte broek en T-shirt (of gympakje);

Hoe vaak verstuurt de school een nieuwsbrief?

De school streeft ernaar tweewekelijks een nieuwsbrief te versturen naar alle ouders/verzorgers. In deze nieuwsbrief staan veelaf korte verslagen over waar de leerlingen en de school mee bezig zijn. Ook vindt u er informatie over andere belangrijke schoolzaken, vrije dagen, vakanties enzovoorts.

De nieuwsbrief wordt digitaal verzonden aan alle ouders/verzorgers van onze leerlingen. Het is dus belangrijk dat u ons voorziet van de juiste mailadressen. U kunt dit doorgeven via administratie@obsbenoordenhout.nl.

Hoe mag mijn kleuter zijn/haar verjaardag vieren op school?

Wanneer uw kind zijn/haar verjaardag viert, spreek dan van tevoren met de leerkracht af op welke dag u dit op school wilt vieren (dit in verband met de hoed die gemaakt wordt).

Als uw kind trakteert hebben wij liever niet dat er snoep wordt uitgedeeld. Uw kind gaat later in de ochtend samen met twee klasgenootjes de klassen rond. De jarige krijgt een grote verjaardagskaart en iedere leerkracht schrijft er iets op.

Wat eet mijn kleuter in de pauze?

Om 10.00 uur hebben we een kleine pauze van ongeveer een kwartier. We drinken dan schoolmelk of drinken wat uw kind meebrengt van huis. We eten dan iets kleins (liga, stukje fruit of iets dergelijks). Geef aub niet teveel zoetigheid op brood en geef zeker géén snoep of frisdrank mee.

Als uw kind erg langzaam eet geef dan geen grote hoeveelheden mee. Uw kind kan zich oncomfortabel voelen als het niet alles op kan eten binnen de pauze.

Probeert u er a.u.b. voor te zorgen dat uw kind iets op zijn brood heeft wat hij/zij lust, anders is zo’n tussendoortje voor uw kind niet iets waar hij of zij naar uit zal kijken.

Daarnaast is het van belang dat uw kind een tas heeft die hij/zij zelf kan openen en sluiten. In een klas van ongeveer 25 leerlingen is het soms lastig om ieder kind persoonlijk te helpen in een pauze van een kwartier.