Kanjertraining

Kanjertraining

Komend schooljaar zullen wij op onze school weer werken met Kanjertraining.
De Kanjertraining leert kinderen respectvol met zichzelf, elkaar en de school om te gaan.
Alle leerkrachten hebben afgelopen jaar deelgenomen aan de basistraining Kanjertraining en hebben deze met goed gevolg afgerond.
Voor de ouders volgt er aan het begin van het schooljaar een ouderavond. Op deze avond zal op een interactieve manier worden uitgelegd hoe de Kanjertraining is opgebouwd en wordt ingezet in onze school.

Waarom Kanjertraining?

Het hoofddoel van de Kanjertraining op school is de sfeer in de klas goed te houden of te verbeteren.

Subdoelen zijn:

  • bevordering van vertrouwen en veiligheid in de klas;
  • versterking van sociale vaardigheden bij de leerlingen;
  • beheersing door leerlingen van verschillende oplossingsstrategieën in conflicten;
  • bewustwording van eigenheid bij de leerlingen: ik doe mij niet anders voor dan ik werkelijk ben;
  • verantwoordelijkheid nemen;
  • bevordering actief burgerschap en sociale integratie.

De vijf Kanjerafspraken:

  1. We vertrouwen elkaar

  2. We helpen elkaar
  3. Niemand speelt de baas
  4. Niemand lacht uit
  5. Niemand doet zielig
kanjerafspraken

Hoe werkt de Kanjertraining?

In elke groep op onze school hangen kanjerpetten en posters met daarop de kanjerregels. Dit zorgt voor een doorgaande lijn in onze school.

Binnen de Kanjertraining leren kinderen te kijken naar de gevolgen van hun gedrag. Dit met hulp van hun klasgenoten en van de leerkrachten.

Het principe van de Kanjertraining bestaat uit het bewust worden van vier manieren van reageren. Hierbij wordt steeds verwezen naar de vier typetjes. Deze staan in elk leerjaar centraal.

kanjerregels

De vier typetjes:

De gele pet (konijn):
Te bang, vermijdend, faalangstig en stil. Het konijn denkt slecht over zichzelf en goed over een ander.

De witte pet (tijger):
Zich zelf, gewoon, normaal, te vertrouwen, aanspreekbaar op gedrag. De tijger denkt goed over zichzelf en de ander.

De rode pet (aap):
Grapjurk, uitslover, meeloper, aansteller, malloot. De aap denkt niet goed over zichzelf, maar ook niet goed over een ander.

De zwarte pet (vogel):
Uitdager, bazig, pester. De pestvogel denkt goed over zichzelf, maar niet goed over een ander

kanjerpetten