Studiedag leraren

In de eerste week na de vakantie hebben de leraren de eerste studiedag van 2015 op school gehad.

Deze dag had twee belangrijke onderwerpen. In de eerste plaats hebben we uitgebreid gesproken over het z.g. DIM model. Het tweede grote onderwerp was werken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen.

Wat is nou eigenlijk het DIM model? DIM staat voor Directe Instructie Model.
DIM gebruiken we bij alle lessen waarbij instructie noodzakelijk is en waarbij het om kunnen gaan met verschillen relevant is. Het omgaan met verschillen moet dan gezien worden in het kader van de ontwikkeling van het kind. Met andere woorden; de leerkracht moet in de les rekening houden met de snelle leerling en het kind dat wat meer moeite heeft met de stof. Daarbij gaat het specifiek om de instructie en natuurlijk de verwerking van de lesstof. In het DIM model staan een aantal aspecten centraal. Ik behandel er vandaag twee die veel met elkaar te maken hebben en die de komende weken centraal staan in onze lessen.

  1. Het allerbelangrijkste is dat bij het begin van iedere les met de leerlingen besproken wordt wat het doel van de les is.
    Met andere woorden; wat moet je aan het eind van de les weten of kunnen? Wat heb je precies geleerd? Daarbij is het belangrijk dat het doel zo concreet mogelijk wordt geformuleerd. Doelstellingen zijn belangrijk omdat ze richting geven aan lessen, ze inkaderen en meetbaar maken.Wat maakt een doelstelling nou nuttig en effectief? Daarvoor kun je een aantal criteria definiëren. Daarbij moet je denken aan Haalbaarheid. Je moet natuurlijk wel reëel blijven. Complexe zaken kun je niet in één les leren. Daar heb je meer lessen voor nodig. Dan moet je de doelstelling splitsen in deeldoelstellingen.
    Een effectieve doelstelling is Activiteitsturend. De activiteit die je in die les kiest moet voortkomen vanuit de doelstelling.
    Een goed geformuleerde doelstelling beschrijft de Meest belangrijke stap in de weg naar verdere ontwikkeling.
    Tenslotte moet een doelstelling goed Meetbaar zijn.
    De leerkracht moet zich daarom bij iedere les met betrekking tot de doelstelling de HAMM-vraag stellen.
  2. De evaluatie van de les.
    De leerkracht zal aan het eind van haar/zijn les altijd moeten weten of de les geslaagd is. Is het doel gehaald? Dat zal gecontroleerd moeten worden. Dat kan op verschillende manieren, maar meest belangrijke is dat het ook echt gebeurt. Uiteindelijk is het resultaat van de les weer het uitgangspunt voor de volgende les.

Bovenstaande hebben we in het lerarenteam uitgebreid besproken. Daarnaast hebben we afspraken met elkaar gemaakt over het observeren van lessen bij elkaar. Op dit moment zijn twee leerkrachten extra geschoold in het bovengenoemde model. Daarnaast zijn ze geschoold in het observeren en het nabespreken van lessen bij collega leerkrachten (coach de coach). Door het observeren en nabespreken van de lessen proberen we meer effect uit de nascholingsactiviteiten te halen en van alle leerkrachten betere leerkrachten te maken.

Het tweede onderwerp van de studiedag ging over de manier waarop wij als docenten in de school om kunnen gaan met kinderen die een conflict hebben. Daarvoor hebben een strategie besproken die er niet op gericht is om diepgaand uit te zoeken wie de schuldige is, maar veel meer gericht is op het gevoel van de kinderen. Wat doet het met je en hoe kunnen we het oplossen? Wat heb je daarvoor nodig?

Verder hebben we criteria geformuleerd waar een nieuwe methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling aan moet voldoen. De bedoeling is dat we dit schooljaar een keus maken ten aanzien van deze methode en dat we die volgend schooljaar gaan implementeren. Meest belangrijke criteria zijn: preventief, cyclisch en breed gericht op maatschappelijke onderwerpen. Een methode die naast de omgang in het dagelijks verkeer ook allerlei maatschappelijk beladen onderwerpen bespreekbaar maakt. Eind januari zullen we gericht gaan kijken op de Nationale Onderwijs Tentoonstelling.